Openbare bibliotheek Zoersel

Winnende verhalen Junior Journalisten-Wedstrijd

Het Davidsfonds Zoersel-St.-Antonius-Halle neemt elk jaar deel aan de nationale Junior Journalisten-Wedstrijd. Ze organiseert hiervoor een schrijfwedstrijd voor alle leerlingen van het 5de en 6de leerjaar in Zoersel (10-12 jaar). Dit jaar moest iedereen aan de slag met het thema vriendschap. Uiteindelijk werden Bananavriendschap en Vriendschap gekozen als 1ste en 2de winnaar. U kunt hier van beide verhalen genieten, zoals ze door Floor en Sterre zijn bedacht en neergeschreven.

1ste winnaar

Bananavriendschap

Floor Deryckere
Antoniusschool, 6de lj.

Mevrouw de Kale hield van bananen. Elke week opnieuw lag er in haar grote fruitschaal een tros mooie bananen. De ene week kocht ze haar bananen op de markt, de andere week in de supermarkt. Ze hield zo van de mooie kromme vorm. En je kan het misschien al raden, de lievelingskleur van mevrouw de Kale was geel.

Op een dag was haar fruitschaal bijna helemaal leeg op twee bananen na. De ene banaan had ze op de markt gekocht en de andere in de supermarkt. Ze zagen er net hetzelfde uit want een banaan is een banaan niet waar. Terwijl ze in haar keuken aan het koken was, hoorde ze opeens een raar geluid. Een gejammer of een gezeur, wat kon het zijn? Ze keek naar de fruitschaal en ze kon het niet geloven. Twee bananen in een hevige ruzie om wie de mooiste was. Dit vond mevrouw de Kale zo bijzonder dat ze hen een naam gaf: Fré en Flo.

Jammer wel dat de bananen elkaar niet leuk vonden. En eigenlijk vonden ze elkaar helemaal niet leuk. Ze haatten elkaar. Flo was de liefste banaan maar ook wel de koppigste. Fré was een grappige banaan maar soms ook saai. Toch vond mevrouw de Kale dat ze iets gemeen hadden naast hun vorm en hun kleur en ze zei tegen de bananen dat ze toch maar vrienden moesten worden. Dan konden ze plezier maken in plaats van eeuwig ruzie te maken. Flo dacht na en zei duidelijk “Neen! Geen denken aan”

Diep in Fré haar schil wou ze wel vrienden worden. Fré zette dan toch de eerste stap en vroeg:“Flo, kunnen we geen vrienden worden?” Flo dacht na en zette koppigheid opzij en zei: “Oke, maar op twee voorwaarden. Dat we elkaar altijd zullen helpen en dat we voor altijd vrienden blijven.” Dat vond Fre oké. Ze hadden de tijd van hun leven. Ze gingen zelfs een weekend op reis. Flo wou naar Madrid. Fré wou naar Londen dus hakte Mevrouw de Kale de knoop door en stuurde de twee bananen naar Parijs.

Door dat reisje bouwden Flo en Fré een vriendschap op voor het leven. Ze werden onafscheidelijk. Ze maakten foto’s van hen beiden voor de Eifeltoren, het Louvres en Avenue des Champse Elyssées. Dit fotoboekje gaven ze aan mevrouw de Kale als dank om in hun vriendschap te geloven. Zij was daar zo blij mee dat ze de foto’s ophing in haar woonkamer. Het was prachtig. Maar dan sloeg het noodlot toe.

Op een dag moest mevrouw de Kale op haar kleinkind Jef passen. Jef was, hoe kon het ook anders, verzot op bananen. Ja, het was een familietrekje. Jef wou een banaan uit de fruitschaal pakken maar mocht gelukkig niet van mevrouw de Kale. Ze vertelde Jef hoe bijzonder de bananen wel niet waren. Wanneer de deurbel ging en mevrouw de Kale haar keuken verliet, kon Jef er toch niet aan weerstaan en reikte met zijn hand naar de fruitschaal. De bananenhaartjes van Fré kwamen omhoog te staan en ze zag de hand van Jef dichterbij komen. Jef greep Fré vast en scheurde haar schil een stukje open. Flo moest snel iets bedenken.

Ze gooide zich op de grond voor de voeten van Jef. Hij had dit niet gezien en schoof languit over de bananenschil van Flo. Net op dat moment kwam mevrouw de Kale terug binnen in de keuken en wat ze daar aantrof was verschrikkelijk. Flo was voor de helft bananenmoes geworden en Fré lag met een halve schil ernaast. Mevrouw de Kale kon het niet over haar hart krijgen de twee bananen aan hun lot over te laten en hielp ze.

Ze zocht naar haar naaidoosje in de woonkamer en ze nam haar sterkste naald en draad om Fré zo goed mogelijk te herstellen. Dit lukte vrij goed en Fré hield er een buikrits aan over. Flo echter was een ander verhaal. De onderkant was volledig plat en mevrouw de Kale kon niet anders dan de onderkant te amputeren. Jef was zo geschrokken en voelde zich zo schuldig. Hij liep snel naar boven en zocht een klein rolstoeltje van zijn Playmobilecollectie. Ondertussen was mevrouw de Kale bezig met de operatie van Flo. Ze had net de laatste windel om het lijfje gedaan wanneer Jef terug binnenkwam. Hij nam Flo voorzichtig vast en plaatste haar in de rolstoel.

Flo was ontroostbaar. Dagen aan een stuk weende ze om haar beentjes. Nu kon ze niet meer op reis met haar beste vriendin. Het leven had geen zin meer. Fré kon het grote verdriet van haar vriendin Flo niet aanzien en zocht iets om haar te troosten. Opeens kreeg ze een fantastisch idee. Ze boekte een reisje naar Madrid. De stad waar Flo zo graag naartoe wou gaan. Fré bracht het geweldige nieuws naar Flo en deze was zo blij dat alle verdriet verdween. Zij had een vriendin uit de duizend. En zo duwde Fré haar beste vriendin Flo in haar Playmobile rolstoeltje gans Madrid door. Omdat Madrid zo’n succes was, besloten Fré en Flo de wereld rond te reizen. Iedereen was vertederd door dit schattige duo maar vooral waren ze een voorbeeld van vrienden die elkaar steunen door dik en dun. Deze belofte hadden ze ook gemaakt bij de start van hun vriendschap.

Eind goed algoed. Fré en Flo leefden nog krom en gelukkig. En wat mevrouw de Kale betreft, die gaat nog steeds elke week of naar de supermarkt, of naar de markt. Haar lievelingskleur is wel veranderd. Ze houdt nu meer van oranje dan van geel. Haar fruitschaaltje is gevuld met mandarines en af en toe denkt ze iets te horen…Nee, dat zou te raar zijn. Niet te geloven

 

 

2de winnaar

Vriendschap

Sterre Somers
Pierenbos, 5de lj.

Als je aan vriendschap denkt, denk je waarschijnlijk aan vriendschap tussen twee gewone mensen. Maar in sommige situaties is vriendschap helemaal anders. Lees dit verhaal maar,dan zie je het meteen.

Er was eens een meisje en dat heette Emma. Ze zat in de school Sintjardo, daar zat ze in het 5d" leerjaar.

Op een mooie lentedag ging ze met'haar klas naar het dierenasiel. Ze leerden over de verschillende rassen van katten en honden. De kinderen vonden alle dieren zo schattig en zo lief. Maar toen kwamen ze voorbij een hok met een
nogal rare hond. Heel de klas lachte het arme dier vierkant uit. Hij keek een beetje scheel en zijn oren stonden achterstevoren. Hij had een zwart misvormde vlek rond zijn oog en was voor de rest wit met zwarte spikkeltjes. De hond heette ook Spikkel. ledereen vond hem lelijk, Emma ook. Bovendien was hij maar een straathond.

Een week later kwam Emma van school en haar ouders zeiden dat ze een cadeau voor haar hadden. Papa zei: je vraagt al zo lang om een hond en eindelijk hebben we toegegeven. Toen Emma het hoorde, was ze superblij maar toen ze het zag, niet meer. Je kunt het raden of niet, maar het was de hond Spikkel. Het diertje kwispelde heen en weer en gaf likjes, hij was megablij dat hij een baasje had. Emma barstte in tranen uit. Haar ouders vroegen waarom ze niet blij was en Emma vertelde wat er in het asiel gebeurd was. De ouders van Emma zeiden dat ze er zich niets van mocht aantrekken. Maar Emma bleef boos in de zetel zitten.

Na veel klagen en zagen heeft mama Emma toch overtuigd om eens met de hond te gaan wandelen.

Onderweg kwam ze jongens van haar klas tegen die haar uitlachten en pestten. Emma ging verdrietig verder en ging op een bankje zitten. Spikkel kwam op haar voet zitten en gaf likjes op haar handen. Emma negeerde hem en keek de
andere kant op. Met zo'n raar dier wou ze niets te maken hebben. Ze had veel zin om tegen haar mama te zeggen dat ze de hond terug naar het asiel mocht brengen.

ln de terugweg kwam ze de jongens weer tegen en die zeiden dat Spikkel het lelijkste wezen van de wereld was. Plots wilde één van de jongens een grote tak in Emma's gezicht gooien. Spikkel had dit op tijd opgemerkt en sprong als een
tijger omhoog. Hij pakte de tak en liep er grollend mee naar het groepje. De jongens renden weg van schrik.

Spikkel kwam voor Emma staan, wachtend op een knuffel. Emma keek naar de hond en begon na te denken. En opeens kwam het besef: het maakt niet uit hoe dat je er uit ziet, maar wel hoe lief je bent.

Ze dacht, nu heb ik tenminste een vriend voor het leven, iemand die mij nooit in de steek zal laten.

De jongens zeiden voortaan nooit meer iets slechts over Emma en haar hond.

Spikkel en Emma werden beste vrienden en ze waren onafscheidelijk!!!

Nog geen reacties

Plaats een reactie
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.

Meer nieuws

Samen blokken in de bib

Loop je de muren op in je kot? Teveel lawaai thuis of afgeleid door het internet? Of haal je gewoon veel moed uit het samen studeren? Vanaf 2 mei tot 23 juni kunnen alle studenten weer bij ons terecht. Lees verder
Meer nieuws